Het is vijf voor negen wanneer ik de huishoudbeurs inloop. De beveiliging kijkt al angstvallig naar de deuren waar zich straks hordes koopjes-beluste vrouwen door zullen persen. Er hangt een sfeertje zoals bij de dwaze dagen, dit herken ik aan het vluchthormoon dat mijn lichaam onvrijwillig aanmaakt. Ik ben echter op zoek naar de VIP ruimte, daar ontmoet ik straks vrouwen die zich weinig interesseren voor stofzuigers maar wel alles afweten van ‘hockeysticks’, ‘unique sellings points’ en ‘aggressive marketing’. Ik ben namelijk onderweg naar de Pitchwedstrijd van de Next Women, een internationaal magazine, dat nu ook in Nederland voet aan de grond krijgt in de vorm van Simone Brummelhuis. Met de roltrap klim ik omhoog en ik vang nog een glimp op van de jongens en meisjes die achter de Ikea balie paraat staan om, in het kielzog van het winkelend publiek, boekenkasten en bedden door het hele land te sturen.
Ik meld me voor het verplichte ochtendprogramma. Er komen een aantal meiden met trollies binnen, vers van Schiphol. Van negen tot één zullen we onze pitches op elkaar oefenen en de laatste aanpassingen maken, zodat we straks écht een boeiend verhaal in drie minuten kunnen vertellen. In de zaal staan nu nog ongeveer 100 lege stoelen, deze zullen gevuld worden met een professionele jury en publiek. Ons groepje van vijftien verspreid zich over de eerste banken. Een persoon vertelt met verwondering over haar persoonlijke reis en wordt na tien minuten afgekapt. Iemand anders is in het ‘echte’ leven coach. Ik was me niet bewust in een parallelle realiteit beland te zijn, hoewel er wel enkele science fiction achtige termen passeren, zoals ‘level five quaning.’ De gezichten betrekken, paniek blijkt uit de vluchtige blikken over en weer. Een duo verlaat de zaal om er nog ‘iets’ van te maken. Wanneer ik als een na laatste eindelijk aan de beurt ben, is de boodschap duidelijk, te lang, noem alsjeblieft geen getallen, veeeel te veel detail en ik moet ook duidelijk meer over mezelf vertellen, de persoon achter het bedrijf. Bescheidenheid is ‘killing’.
Met moeite werken we allemaal nog een kleffe sandwich weg. “Jullie moeten wel eten meisjes!” Dan vult de zaal zich. De jury op de eerste rijen bestaat uit tien mensen, waaronder ondernemers, investeerders en iemand van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (de hoofdsponsor). Dit is waar ik voor ben gekomen. Wat vinden echte ondernemers en investeerders van mijn plan? Dus niet de buurvrouw, die mij toch al best aardig vindt. Klamme handjes.
De zaal stroomt vol. Elizabeth Galton, een sieraden ontwerpster uit London, deed het in de oefenronde al fantastisch. In minder dan drie minuten loopt ze door haar hele plan, inclusief agressieve marketing en ‘online intelligence’. Hoewel of juist omdat het een beetje eng klinkt, krijgt ze de zaal plat. Nu nog die ton die ze nodig heeft. Op de vraag waarom ze helemaal naar Nederland komt om te pitchen, vertelt ze eerlijk dat dit soort evenementen in Engeland geld kosten. Een overtuigend verhaal volgt van iemand die een methodiek ontwikkeld heeft om autisme te testen (Autitouch), ze is daarbij gemotiveerd door haar autistische broer. Dan vraagt Regina Harr de jury uitdagend: “So you want the hockeystick? You get the hockeystick!” De hockeystick blijkt investeerders taal voor een financieel verloop dat begint in een kleine opwaartse bocht en dan de lucht inschiet. Maar de jury is niet van gister, als ze vragen waar ze dan nu is in de hockeystick, wijst ze het onderste puntje aan. Bloos. Tot slot is Katie aan de beurt met een geheime troef, twee dozen van haar zelfgemaakte koekjes. De lekkerste koekjes ooit, aldus een van de jury leden. Het nadeel; het verhaal gaat grotendeels aan hen voorbij terwijl ze hun tanden zetten in de zachte tarweschijfjes met vruchten-crème.
Het wachten is op de uitslag. Ik troost me met het feit dat ik heel veel geleerd heb vandaag en het koekje dat ik mag uitzoeken. Inderdaad, verdomd lekker. Ik haal net de laatste resten uit mijn tanden als de uitslag bekend gemaakt wordt. De derde prijs gaat naar:
Kidsbijdeburen!!!!!!!
Heb ik het goed gehoord? Vertwijfeld sta ik op en maak een kleine buiging naar de zaal. Applaus. En dan het jury verslag. “Qua trend is dit spot-on en volgens ons is het ook heel erg goed voor de sociale cohesie.” Ik had een paar jaar gelden nooit gedacht dat investeerders zich ook druk maken over sociale cohesie. “…En bovendien leent het plan zich voor overheidsgeld en je weet wat dat is? ‘Equity-free-money’!” Knipoog. Ik wordt naar voren geroepen voor een foto met de nummers een en twee; Elisabeth en Regina. Dat maakt dat ik, als enige, de Nederlandse ondernemerstrots verdedig. We doen nog even de armen-om-schouderspose, ‘just like the guys’ giegelt Elisabeth. Samen gaan we naar de finale in Januari.
Bij de borrel wordt er gelachen en gedanst maar ook geflirt, met potentiële investeerders. Met de visite kaartjes van een ‘informal’ en twee ‘venture kapitalisten’ in mijn zak stap ik op mijn kersrode laarsjes weer naar buiten tussen dames op gymschoenen met grote plastic tassen. Twee vrouwen kijken me aan en glimlachen spontaan. Nu weet ik waarom. Ik heb waarschijnlijk de breedste glimlach van de hele huishoudbeurs en er is geen koopje aan te pas gekomen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten